Deze keer een iets normaler uur om op te staan met de wekker op 5u30.
Mijn schoonbroer Kris kwam me om half 7 ophalen om samen naar Lokeren te vertrekken.
Onderweg pikten we eerst nog clublid Klaas en vervolgens Karl op.
Om 7u15 kwamen we toe te Lokeren. Daar vond de derde editie plaats van de Runners’ Lab Walk Classic georganiseerd door de Reynaertstappers Sint Niklaas. Normaal kan je daar 50 km doen als langste afstand, maar dit jaar met corona was de maximumafstand slechts 32,4 km. Dat was de tocht die we gingen aanvatten.
In Lokeren hadden we ook nog afgesproken met Wim de broer van mijn schoonbroer – ingewikkeld he – en zijn vriendin Anja. Zij ging aanvankelijk voor de 23 km, maar besloot onderweg toch nog verder met ons mee te gaan. Dit zou ze zich achteraf echter nog gaan beklagen.

Het vertrek was aan de jeugdkantine van Sporting Lokeren-Temse op Daknam. De organisatie had een extraatje voorzien voor de eerste 500 deelnemers, een Belvita koek. Extra energie tijdens een lange wandeling is altijd welkom.
Lus 1 (5,5 km) verliep voornamelijk langs de Durme. Langsheen deze rivier lagen heel wat boten. We passeerden ook het centrum van Lokeren. Karl liep Luc tegen het lijf, een andere ultrawandelaar. Hij besloot samen met hem verder te wandelen en verliet onze groep.
Op de rustpost dronk ik snel een cola en at ik een broodje kaas om hierna de weg weer te hervatten.

Vervolgens liepen we verder de Durme af langs het Molsbroek tot het centrum van De Ruiter (Waasmunster). Klaas merkte op dat er weinig vogels te zien waren in het Molsbroek, wat toch wel verbazend is gezien de voor vogels ideale omgeving. Ik bevestigde hem dat hij gelijk had, want ik wist dat het Molsbroek bekend staat als een paradijs voor vogelspotters (https://www.vzwdurme.be/). De vogels zagen het blijkbaar niet zitten met het aangekondigde regenweer. De rustpost aan De Ruiter laten we aan ons voorbijgaan, we willen niet te veel tijd verspelen met de komende regen in gedachten.

Na de rust gaat het richting het oud vliegveld van Waasmunster. Dat is een volledige open groene zone. Van het oud vliegveld, blijven er nog twee gebouwen over, een wachtlokaal en restanten van een vliegtuigloods. Die loods denk ik te hebben gefotografeerd onderweg. Ik weet het niet zeker want het was niet duidelijk aangegeven welk gebouw het nu juist was. Volgens wat we konden zien is het oud vliegveld bijna volledig ingepalmd door 1 eigenaar. Er waren zeker 3 toegangspoorten met telkens hetzelfde bordje dat ons waarschuwde voor de gevaarlijke hond. Die moet dan wel gigantische longen hebben om op 3 plaatsen gelijk te kunnen zijn als er iemand op het gedacht zou komen in te breken. De meterslange en hoge hagen onderhouden zal de eigenaar niet zelf doen dacht Klaas onderweg. Daarvoor is er natuurlijk personeel.
We komen opnieuw op dezelfde rustpost als de vorige en beslissen nu wel iets te drinken. Hier komen we Jef tegen een wandelkameraad van Klaas. Hij vraagt welke afstand we doen en zegt ons zijn geplande afstand te gaan inkorten tot 23 km opnieuw met het aangekondigde regenweer in gedachten. We vertrekken zonder Jef, hij zou ons wel inhalen zei hij.

Niet veel later als we de rustpost verlaten begint het inderdaad te regenen. Het viel letterlijk met bakken uit de lucht. Gelukkig is iedereen van onze groep min of meer voorzien op het regenweer met een regenjas of poncho. We volgen de Hamputten en slaan een wegje in richting opnieuw het Molsbroek. Het wegje heeft veel weg – pun intended – van het geasfalteerde wegje van de overweg Ruisbroek ter hoogte van het Hof Ter Zielbeek richting Prayon. Water aan de linkerkant en omgeven door groen, maar dan zonder het spoor aan de rechterkant. Op het einde van deze weg gaat het echter mis. We lopen allevijf met onze kop een beetje naar beneden gelijk in dat liedje van schoon wijveken. Hierdoor missen we de – nochtans 2 duidelijke – pijlen en doen we nog een extra lusje rond het Molsbroek. Na een tijd hadden we dit door en vonden we uiteindelijk toch de pijlen richting de startzaal te Daknam. Maar Jef zou ons dus niet meer inhalen.
We passeerden iets voor het einde nog het Bospark en het Verloren Bos. Hier moesten we overal plassen ontwijken om onze voeten niet nog natter (als dat al mogelijk was) te maken. Op sommige plaatsen was de wandelweg een volledige rivier geworden. Dan was het zaak om in het bos ernaast proberen een doorgang te vinden of er gewoon los en door te wandelen als dat niet lukte.

Toegekomen te Daknam klokten we af op 37 km rond in plaats van de geplande 32,4 km. We dronken ons een Duvel (ook met Jef die op ons had gewacht) en keuvelden nog gezellig na over ons doorweekte avontuur. Ik had zelf een paraplu bij maar met de bliksem heb ik deze niet heel de tijd gebruikt waardoor ik toch nog vrij nat was. Mijn gamaschen (beenkappen) hielden mijn voeten langer droog dan die van mijn wandelgezellen, maar uiteindelijk werden mijn voeten ook nat. Nu heb ik Sealskinz kousen besteld om te testen tijdens een volgend regenavontuur. Deze beschikken over een tussenlaag van rubber welke de voeten echt droog zouden houden. Een deftige poncho is ook op komst. Nu had ik een wegwerpexemplaar gebruikt, maar dat stootte op zijn beperkingen.
Na het debacle van Vlaanderen Wandelt Lokaal – dan toch qua deelnemers – waar de meeste clubs slecht 100 à 200 wandelaars over de vloer kregen was het uitkijken naar het aantal deelnemers op het einde van deze tocht. Met een totaal van 873 wandelaars mochten de Reynaertstappers zeker niet klagen. Er is beterschap in zicht voor de georganiseerde wandelingen. Hopelijk trekken we met onze driedaagse begin augustus (6 / 7 / 8) voldoende mensen aan. Men zegge het voort.